Contact  055 580 59 00 algemeen 
055 580 59 05 offerte aanvragen

 

Ingezonden brief Bob Weghorst: de discussie over Flex is eenzijdig en ongenuanceerd

03 maart 03 maart

Het ophemelen van ‘een vaste baan’ als zekerheid is hypocriet; ‘Alternative Facts?

Bob_weghorst_2

Verkiezingstijd: weg is de nuance
Op basis van alle negatieve berichten, met name door politici en vakbonden, zou je gaan denken dat Nederland één grote flex-economie is geworden waar onderbetaling en onzekerheid is gegarandeerd. De discussie over flexibele arbeid is ongenuanceerd en eenzijdig: alleen maar criticasters aan het woord, veelal hoger opgeleiden met een vaste baan, zónder flex-ervaring.

Waar zijn de feiten (cijfers)?
Alles over één kam scheren, elke keer weer. Het lijkt wel een bewuste, maar in ieder geval een aantoonbaar onjuiste voorstelling van zaken.
Het is/blijft bijzonder frustrerend voor alle hardwerkende mensen in deze branche. Alsof je jezelf schuldig moet voelen omdat je werkzaam bent in de flexbranche. NEE, ONZIN! Ik ben oprecht trots op ons bedrijf, onze mensen, waar we voor staan en wat we dag in dag uit weer voor elkaar krijgen. En ja, dan heb ik het ook over alle werknemers die wij ter beschikking stellen aan de BV-Nederland, in het belang van alle medewerkers dus! Waar niemand in de politiek en media het meer over heeft, de crisis is immers voorbij, is dat de flex-branche wel een belangrijke aanjager is van de economie. Dat onze economie nog maar heel recent een zeer ernstige crisis heeft moeten ondergaan, is iedereen na de stroom van positieve berichten ineens vergeten. Het is immers verkiezingstijd, dus zieltjes winnen.

Alle ZZP’ers , 0-urencontractanten, oproepkrachten, uitzendkrachten en payrollmedewerkers worden structureel op één grote flexhoop gegooid. Slechts 3,54% van de beroepsbevolking is uitzendkracht (CBS 4e kwartaal 2016). De payroll-medewerkers zijn helaas niet allemaal door het CBS geregistreerd. Feit is dat meer dan 80% van alle payrollwerkgevers acteert onder de uitzendcao’s van de ABU of de NBBU. Daarmee zijn deze medewerkers reeds in de registratie van de groep uitzendkrachten opgenomen. Als we het naar boven afronden komen er maximaal 100.000 payrollmedewerkers bij die niet als ‘uitzendkracht’ zijn meegenomen door het CBS. Daarmee kom je op maximaal 400.000 werknemers die als uitzendkracht / payroll-medewerker werkzaam zijn.

Werkzekerheid?
Echter, vele uitzendkrachten en payrollmedewerkers hebben inmiddels een aanstelling voor onbepaalde tijd (fase C vanuit de ABU-cao / fase 4 vanuit de NBBU-cao). Deze worden nog ten onrechte als uitzendkracht aangemerkt. Dit is rechtspositioneel nagenoeg dezelfde situatie als een medewerker in vaste dienst bij een niet-uitzender. Ze hebben immers een vaste aanstelling, een vast contract.
Daarbij is de kans veel groter dat deze mensen via die uitzender/payroller elders tewerkgesteld zullen worden als hun baan, om welke reden dan ook, komt te vervallen. Werk voor werk als uitgangspunt dus; ‘werkzekerheid’? De omvang van deze uitzendkrachten/payrollmedewerkers met onbepaalde tijd contracten is helaas niet goed geregistreerd. Dit aandeel wordt ingeschat tussen de 5 en 15%, bij enkelen zelfs boven 20-25%. Als we van slechts 5% uitgaan, dan kom je gecorrigeerd uit op maximaal 380.000 uitzend-/payrollkrachten uit. Dat is minder dan 4,5% van de gehele beroepsbevolking.

Waarom is ‘flex’ nu trending topic?
Dit heeft te maken, ingegeven door verkiezingen, met het tot norm verheffen van ‘het vaste contract’ door politici en vakbonden. Het in 2015 ingevoerde ‘Wet werk en zekerheid’ is veelbesproken. Asschers pronkjuweel heeft tot doel het aantal flexbanen te verminderen en daardoor meer vastigheid (zekerheid) te bewerkstelligen.

Politici en vakbonden voelen zich nu gesterkt door het recente rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid: ‘Voor de Zekerheid’. Dat schetst een eenzijdig, somber en te negatief beeld van “nieuwe, kwetsbare groepen” met “stress en levenslooponzekerheden” ten gevolge van flexcontracten. De WRR baseert zich op wel 36 ‘diepte-interviews’ met mensen met flexibele arbeidscontracten. Wie dat zijn, is niet bekend, wel weten we op basis van de inhoud van het rapport dat ze liever nog vandaag dan morgen hun flex-bestaan inruilen voor de zekerheid van een vast contract. Op z’n zachtst gezegd is het nogal bijzonder dat de WRR haar conclusies cijfermatig niet heeft willen onderbouwen in haar rapport. Waarom niet een duidelijke uitsplitsing van ‘flex’ en de knelpunten naar omvang benoemen? Dit is immers, op een klein gedeelte payrollwerknemers na, volledig geregistreerd en door het CBS per kwartaal gepubliceerd.
Met name vanuit de vakbonden en de linker politieke vleugel wordt structureel in één adem gesteld dat 35-40% flexwerker is én dat het daarom tijd wordt voor ‘meer vast en minder flex’, bij voorkeur door uitzendwerk duurder te maken.
Hé? Wat? Hoezo? Wacht even! Waarom alle ballen op deze relatief gezien kleinere groep, broodnodig voor BV-Nederland? Ruim 84% van wat door iedereen onder ‘flex’ wordt geschaard zijn andersoortige arbeidsrelaties. Of is dit een knap staaltje van het structureel manipuleren van de publieke opinie? Speelt daarbij niet meer mee, zoals het eigen belang van o.a. de vakbonden? Het verdienmodel van bijna alle vakbonden is immers alles behalve toekomstbestendig.

Is er foute ‘flex’?
Jazeker, we worden helaas geconfronteerd met diverse constructies die we niet moeten tolereren. Deze constructies lijken de publieke opinie echter onevenredig veel te beïnvloeden: alsof het alleen maar fout en oneerlijk is.
Het probleem van oneigenlijke ZZP-ers is/blijft een issue. Er zijn vele ‘schijn-zzp-ers’ die (ooit) ten onrechte als zelfstandig zijn gedefinieerd. Feitelijk zijn velen o.b.v. ‘loon, gezag en arbeid’ gewoon in loondienst. Het uitstellen van de Wet DBA spreekt voor zich. We worstelen in de BV-Nederland al te lang met dit probleem. Deze grote groep ZZP-ers is sprake van mislukte/uitgestelde wetgeving, terwijl hier juist de meest actuele behoefte ligt.
Als we alle ZZP-ers bij elkaar optellen, gaat het inmiddels om 1.432.000 werkenden. Verreweg de grootste groep onder ‘flex’ dus. Deze populatie vertegenwoordigt maar liefst 16,9% van de beroepsbevolking. Dat is dus bijna 3,8 keer zoveel als alle uitzend- en payrollmedewerkers bij elkaar!

Foute, zogenaamde, ‘A1-constructies’ waarbij buitenlandse werknemers o.b.v. ‘zelfstandigheid’ (volgens regels thuisland) in Nederland werkzaam zijn. Dit zijn medewerkers die door een minder arbeidsvoorwaardenpakket en een slechtere rechtspositie ‘goedkoop’ kunnen worden ingehuurd. Helaas nog steeds met ‘NEN-certificering’. Deze constructie moet z.s.m. verboden worden.
De omvang van deze foute A1-constructies is moeilijk te bepalen. Feit is wel dat dit, gerelateerd aan de gehele groep van arbeidsmigranten’ een gering aandeel is. Helaas wordt door deze foute constructie wel het beeld bevestigd dat arbeidsmigranten ‘goedkoper’ zijn dan Nederlandse werknemers.
De meeste arbeidsmigranten zijn in dienst van Nederlandse werkgevers die nagenoeg allen onder de ABU-cao en/of de NBBU-cao actief zijn. Daarmee is gegarandeerd dat:
1. de beloningsregeling inlener wordt betaald (brutoloon, toeslagen etc.);
2. de afdrachten belastingen en premies juist en tijdig heeft plaatsgevonden.

Flex is een feit, en niet enkel negatief
Het wordt tijd dat Nederland de ogen opent: flex is een feit en economisch gezien noodzakelijk! Dat is een nieuwe werkelijkheid die niet enkel negatief uitgelegd hoeft te worden. Juist in tijden van economische groei zoals nu, stijgt eerst het aantal uitzend- en flexcontracten in reactie op de toenemende vraag naar arbeid.
Ik pretendeer hier niet enkel rozengeur en maneschijn over de flexbranche, zeker niet. Maar het wordt wel tijd om de andere kant van de medaille eens te benadrukken. Van alle werklozen komt 30 procent via uitzendbureaus weer aan de slag. Van hen is 70 procent drie jaar later nog steeds aan het werk. Nog eens 61 procent van alle uitzendkrachten stroomt makkelijker door naar ander werk. Dit zijn recente cijfers van brancheorganisatie ABU die we in deze hele discussie nergens terugzien!

Wij zien in de praktijk dat, in diverse sectoren, we weer naar een situatie van ‘krapte’ gaan, door de toenemende economische groei en de sterk afnemende werkloosheid. In de koppeling ontstaan vanuit het economisch mechanisme weer vaste banen, die straks door de politiek geclaimd worden als hun verdienste. Oftewel de (arbeids)markt doet haar werk in dat opzicht al. Vanuit de cijfers van het CBS is ook reeds vastgesteld dat eind 2016 in vergelijking tot eind 2015, sprake is van een toename van het aantal vaste banen met ± 21.000. In die-zelfde periode zijn er 167.000 meer ‘werkenden’ bijgekomen. Het is nogal vanzelfsprekend dat het merendeel van die groep begint met een tijdelijke aanstelling, een ‘flex-contract’, toch?
De uitzendbranche heeft daarbij een belangrijke ‘smeerolie-functie’ voor alle doelgroepen, die anders aan de kant zouden staan. Het gaat daarbij niet direct om de vaste baan, maar wel om het vergroten van de zelfredzaamheid door activatie van anders niet-actieven. Er zijn vele succesvolle projecten binnen de branche met betrekking tot jongeren, 50+, arbeidsgehandicapten en de publiek-private samenwerking ten aanzien van bijstandsgerechtigden. Mensen die via het reguliere circuit vaak helemaal niet meer geactiveerd zouden zijn geweest. Bij het terugdringen van flex maakt juist deze groep aanzienlijk minder kans op een plek binnen de arbeidsmarkt.

Zekerheid of schijnzekerheid; wat wordt de kiezer beloofd?
Het is om moe van te worden! Telkens weer moeten verdedigen in een politiek en maatschappelijk debat met als enige insteek dat flex slecht is. Deze vooringenomenheid helpt gegarandeerd niet om de sociaal-economische kloof tussen flexwerkers en mensen met een vast contract te verkleinen. In plaats van het bemoederen van ‘zielige’ flexwerkers kunnen we beter daar met elkaar over in discussie gaan.

Hoe kunnen flexwerkers wel een hypotheek en/of andere contractverplichtingen aangaan vanuit een flexibele arbeidsrelatie? Daar ligt de kern van het probleem, het gevoel van ‘onvoldoende zekerheid’. Inmiddels zijn we daar als branche ook op geanticipeerd. We werken sinds kort met een zogenaamde ‘perspectief-verklaring’. Iets waar de brancheorganisatie ABU zich ook hard voor gemaakt heeft.

Het is hypocriet te veronderstellen dat de klok in dat opzicht tigjaar teruggedraaid kan worden. De BV-Nederland heeft een bepaalde mate van flex nodig, ongeacht de gezonde discussie over de omvang hiervan.
De wereld is het afgelopen decennium zeer snel veranderd. We hebben de garantie dat het in de komende 10 jaar nog sneller zal gaan met de veranderingen, dat is een zekerheid. Je kunt ook stellen dat we juist sneller uit het economische dal zijn geklommen door de inzet van flex. Ondernemers durf(d)en weer voorzichtig te ondernemen. Deze economische impact en consequenties zijn door niemand uitgerekend in Den Haag.

Het lijkt erop dat politiek Den Haag de illusie blijft houden dat ze ondernemend Nederland, vanuit wet- en regelgeving, kunnen dicteren hoe zij hun bedrijf moeten gaan managen. Dat ze de BV-Nederland kunnen opleggen om x-procent van alle werknemers een vaste aanstelling moeten geven. Nogal naïef lijkt me. Ondernemend Nederland neemt immers geen werknemers aan om ze vervolgens z.s.m. weer te kunnen ontslaan. Het gaat om bestendigheid, continuïteit en kwaliteit van hun diensten en producten, bij voorkeur duurzaam en maatschappelijk verantwoord. De kans is groot dat, met wederom veel nieuwe wet- en regelgeving binnen de arbeidsmarkt (zwabberbeleid?), de economische groei eerder zal remmen dan doen groeien.

In het bijzonder het korte verkiezingsprogramma van de PVV, de partij waar massaal de stem van met name de lager-opgeleiden naartoe zou gaan volgens de peilingen, wordt met geen woord gerept over flexibele arbeid. De vraag is daarmee gerechtvaardigd of het bij deze grote groep potentiële kiezers dan wel zo’n kern-issue is? De mening van de grootste groep flexkrachten, de veelal lager-opgeleiden, zien we nergens terug. Is de politiek vergeten hen erbij te betrekken, of ervaart deze groep het probleem toch minder dan ze ons willen doen geloven? Liggen de mensen er inderdaad wel zo wakker van als van ‘hogerhand’ wordt beweerd?

Volgens Asscher is ‘onzekerheid’ een voedingsbodem voor populisme en moeten mensen meer zekerheid krijgen. De PvdA spant wat ‘zekerheid’ betreft de kroon. In haar verkiezingsprogramma komt maar liefst 33x het woord zekerheid voor. In hoofdlijn is dit ook de boodschap van de SP, met hun nuance dat zekerheid ‘een voorwaarde is voor vrijheid, om te bouwen aan een toekomst voor jezelf en voor de kinderen’.
Het CDA stelt dat ‘eigen familie en gezin’ en de vaste baan bronnen van ‘zekerheid’ zijn. D66 wil toe naar één arbeidsrechtelijk regime voor alle werknemers waarbij er sprake is van één contract, het contract voor onbepaalde tijd. D66 wil wel een verdere modernisering (lees versoepeling) van het ontslagrecht. De zekerheid van een contract voor onbepaalde tijd, die dan toch geen zekerheid meer biedt?

De VVD benoemt in haar verkiezingsprogramma een toegenomen onzekerheid, maar relateert dit volledig aan de crisis. De VVD wil een vast contract aantrekkelijker maken door o.a. de loondoorbetaling bij ziekte te verkorten en de flexibele contracten meer ‘zekerder’ te maken door de mogelijkheid om meer tijdelijke contracten en contracten voor langere duur.

Die gepretendeerde zekerheid is geen reële toezegging/belofte!
Wat nu door velen in de politieke arena wordt voorgesteld als zekerheden, zijn dat in de praktijk gewoonweg niet! Hoeveel mensen hebben ten tijde van de crisis hun ‘vaste baan’ verloren? Zelfs de pensioenfondsen bieden niet meer de zekerheid die voorheen aan alle deelnemers is toegezegd (beloofd). Hoeveel eigen huizen staan (stonden) ineens onder water? Die gepretendeerde zekerheid is een zeer relatief begrip, door onszelf gecreëerd waar-aan wij ook zelf een bepaalde waarde hechten. En deze waarde is alles behalve gegaran-deerd en waardevast. Garanties uit het verleden...

Ik blijf daarbij denken aan het ‘team Trump’, dat zichzelf het recht voorbehoudt alternatieve feiten te geven. Je eigen waarheid dus. Is dat geen ‘kiezersbedrog’? Kiezers worden toch voor de gek gehouden met zekerheden die geen zekerheid zijn? Het vaste contract wordt ineens weer opgehemeld, als hoeksteen, als anker van de maatschappij. Allemaal een vast contract, voor onbepaalde tijd in dienst? Politici die met droge ogen hun kiezers een belofte op ‘een vaste baan’ als ‘zekerheid’ voorhouden zijn populisten van de bovenste plank!

Bronnen:
www.flexbarometer.nl (TNO, ABU, FNV-Flex)
www.cbs.nl
ABU Uitzendmonitor 2016:
http://files.flexnieuws.nl/wp-uploads/2016/12/Whitepaper-Uitzendmonitor-2016.pdf https://www.wrr.nl/binaries/wrr/.../2017/02/...zekerheid/V036-Voor-de-zekerheid.pdf 02-03-2017

Bob Weghorst, werkzaam bij Timing/Persoonality. Dit opiniestuk is geschreven op persoonlijke titel.

Wij gebruiken cookies voor het optimaal functioneren van deze website. Lees onze privacy statement voor meer informatie.