Contact  055 580 59 00 algemeen 
055 580 59 05 offerte aanvragen

 

Sfeerverslag ADG Congres

Ondernemersgeest reset op congres ADG Dienstengroep

Mens hoort in middelpunt

Een vrolijk stel Twittermeisjes en een knalrode reset-knop midden op het toneel. Het zesde ADG-congres was zichtbaar opgetuigd in ICT-sferen. Maar zoals zo vaak bedroog ook hier de schijn. We leven in een kantelperiode. Geen focus op structuren of efficiency. Integratie en participatie, daar draait het om. De mens hoort in het middelpunt. “Cijfers doen er niet toe. Wel gezichten. Dat is pas de echte reset.”

De verwachtingen werden steeds meer opgeschroefd. Tijdens de lunch waren er al de dartel heen en weer fladderende Twittermeisjes in fel rode T-shirts (“Leading topic? Lodewijk Asscher!”). Even later in de zaal de hypnotiserende, orkestrale epic music A thousand souls van In Uchronia. En dan als bij donderslag sprong Pump up the company op het toneel van het Bussumse theater Spant! Een bruisende feel good-act met, in knalrood kostuum, Walter Vermeer vergezeld door Erwin Steijlen (“De beste gitarist van de wereld”) die in ADHD-modus binnen zes minuten 100 procent energie verstookten. “De wereld verandert, dus we gaan het helemaal anders doen. So put your hands up in the air.”

De rust keerde weer met de opkomst van talkshow-diva Eva Jinek die haar rol als dagvoorzitter van het zesde ADG Dienstengroep-congres, eind vorige maand, meer dan adequaat vervulde.
“Wat als”, zo prikkelde eerste spreker ADG-directielid Ron Steenkuijl herhaald de bomvolle zaal. “Wat als de PvdA de verkiezingen gewonnen had. Zouden we dan geen bezuinigingen in de zorg hebben? Ik waag het te betwijfelen.” Met zijn stellingname greep Steenkuijl terug op de letterlijke betekenis van Uchronia; een geschiedenis die verzonnen is. Maar ook preludeerde hij ermee op de komst van Lodewijk Asscher, vice-premier en minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met wie Steenkuijl vermoedelijk graag terplekke een stevige discussie was aangegaan.
Kernwaarde van Steenkuijls rede was de maatschappelijke verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven: “ADG streeft naar een geloofwaardige samenleving waaraan bedrijven actief deelnemen.” Een reset van de ondernemersgeest, het thema van het congres. Zo wees hij tevens vooruit op de introductie van het Nationaal Integratiefonds dat een financiële basis moet vormen voor wetenschappelijk onderzoek naar tegengaan van discriminatie van niet-westerse allochtonen op de werkvloer.
Minister Asscher ging gevat in op Steenkuijls veronderstellende woorden: “Wat-als doet er echter niet toe. Net zo min als cijfers. De echte reset is dat we ons steevast moeten realiseren dat vooral gezichten, dat mensen belangrijk zijn. Nederland is een fantastisch land, maar het kan nog beter worden door goed met elkaar om te gaan. Dat betekent ook vormgeven aan de multiculturele samenleving. Het is van grote betekenis dat we de talenten van onze kinderen benutten, of het nu om Mohammed of Jan gaat.” Het was dan ook niet verwonderlijk dat Asscher enthousiast het Nationaal Integratiefonds verwelkomde. In een adem verbond hij er een politieke boodschap aan: “De allerslimsten en de allerrijksten beheersen doorgaans de markt. Dat mag niet ten koste van anderen gaan. Het is onze grote politieke verantwoordelijkheid die bedreiging af te wenden. Met integratie bied je meer mensen een goede kans in de praktijk.”

Voor Jan Rotmans, hoogleraar transitiekunde Erasmus Universiteit Rotterdam, is de reset-knop al een tijdje geleden omgedraaid. In een razendsnelle rede (“Dertig jaar onderzoek uitgesproken in een half uur..”) gaf hij aan dat we maatschappelijk en politiek in een kantelperiode, een transitie, zijn beland. De huidige maatschappij maakt plaats voor een nieuwe samenleving. Die verandering is disruptief en veelvormig en de snelheid ervan exponentieel. “Een kantelperiode veroorzaakt chaos. Die kan ontaarden in een bedreiging, maar kan ook nieuwe kansen bieden.”

Actuele gebeurtenissen als exponenten van deze transitie zijn onder meer de Maagdenhuisbezetting tegen het rendementsdenken op universiteiten, verzet van huisartsen tegen de macht van zorgverzekeringen. Ook Rotmans benadrukte dat binnen het geheel de mens weer centraal staat: “Geen banken meer maar coöperaties. De taxi wordt Uber en logies regel je via Airbnb. We zijn op weg naar de Samenleving 3.0.” Rotmans waarschuwde dat veel bedrijven nog niet zijn ingesteld op deze veranderende mentaliteit: “Ondernemers moeten nieuwe verdienmodellen creëren. Wie het meest adaptief is, overleeft.”

Als er al een maatschappij is waar de mens geacht wordt centraal te staan, is dat de participatiesamenleving. Dit begrip is eigenlijk inhoudelijk nog niet gedefinieerd, maar dat weerhield Paul Schnabel, hoogleraar en voormalig directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, er niet van om met de vraag ‘Heeft de participatiesamenleving de toekomst?’ aan de slag te gaan. Schalks provocerend deed hij dit niet op een antropocentrische manier maar met kille cijfers. Hij schilderde een beeld van een rijk Nederland waar een groot deel van de bevolking van profiteert maar een kleiner deel niet. “Het inkomen per hoofd van de bevolking staat op plaats 4 in Europa; de wellbeing index op 2. Onze kinderen zijn het gelukkigst van heel de wereld.” 

De samenstelling van de bevolking verandert echter geleidelijk: “Een groeiend aantal inwoners komt van elders in de wereld. Onder hen heerst hoge werkloosheid en criminaliteit. Hun kansen zijn onder meer beperkt door een laag opleidingsniveau en veel flexibele arbeid.” Deze groep kan ook niet langer rekenen op de zekerheid van de verzorgingsstaat, want die wordt stapsgewijs herzien. Schnabel gebruikte weliswaar koude statistieken, maar die verklaarden wel zijn verontrusting over het onzekere lot van veel landgenoten. 

Prof. Dr. Naomi Ellemers (Universiteit Leiden) trad op als een soort ambassadeur van het Nationaal Integratiefonds. De opbrengst hiervan is bedoeld als financiële basis voor een door haar geleid onderzoek naar diversiteit en samenleving. Het belang voor het bedrijfsleven is evident want: “Diversiteit levert meer op. Bedrijven zijn er financieel succesvoller door.”
Toch worstelen heel wat ondernemingen met de aanpak hiervan, programma’s werken soms averechts. Ook menselijke emoties staan soms een goed functioneren van maatregelen in de weg. Ellemers gaf het voorbeeld van een experiment met een moordmysterie waarin niet geluisterd wordt naar de laatste ‘binnenkomer’ in een organisatie, ook al geeft deze het juiste antwoord op het raadsel. “De wetenschap biedt het onderscheiden van mythen en feiten, maatwerk leveren en alleen doen wat echt werkt.” Met “Wie durft?’ deed ze een oproep aan de aanwezigen om het integratiefonds te ondersteunen.

Jan Hommen van KPMG spitste zijn verhaal toe op de crisis in zijn organisatie. Zijn vrij verhalende voordracht kreeg, wellicht geheel tegen zijn verwachting in, een hilarisch onthaal, toen hij de she-economy ter sprake bracht: de grotere rol van de vrouw als consument.

En toen stoof Walter Vermeer weer het podium op: ‘Tonight’s gonna be a good night!’ In een mum van tijd kreeg hij zijn publiek aan het zingen, uit de stoelen en zwaaien met de armen. De knop ging helemaal om! En waarom niet. Ook vertegenwoordigers van het bedrijfsleven zijn per slot van rekening maar gewoon mensen.

Tekst: Peter de Groot

Wij gebruiken cookies voor het optimaal functioneren van deze website. Lees onze privacy statement voor meer informatie.